Languages

  • English
  • Français
  • Español
  • Português
  • Nederlands
  • Deutsch

De grammatica van de Roemeense taal

De Roemeense grammatica volgt de regels van de Latijnse talen grammatica. Daarvoor het likt wel op de Franse, Italiaanse of Spaanse grammatica.

Woordvolgorde

De Latijnse oorsprong betekend dat in een hoofdzin en ook in een bijzin de gewone woordvolgorde is: onderwerp, werkwoord, complement.
Bijvoorbeeld de volgende zin in het Nederlands: “Ik heb gehoord dat jij niet meer de baas van de marketing afdeling bent.” In het Roemeens is vertaald: “Am auzit că tu nu mai ești șeful departamentului de marketing” In de bijzin de woordvolgorde is onderwerp(tu), werkwoord(ești), complement(șeful departamentului de marketing).

Onderwerp is weggelaten

Een andere kenmerk van de grammatica is dat vaak, en vooral in de spreektaal het onderwerp is weggelaten want dat kan worden afgeleid uit de werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld “ești” is de werkwoordsvorm van “zijn” die kan niet gebruikt worden met een onderwerp anders dan “tu” (jij). Dus men kan niet zeggen: “el ești” (hij bent).
Dus het kan voorkomen dat in de bovenstaande zin het onderwerp “tu” is weggelaten: “Am auzit că nu mai ești șeful departamentului de marketing”.

Hier vindt u de vervoeging van “zijn” en “hebben” inclusief de uitspraak van de werkwoordsvormen.

De bovenstaande zijn maar twee regels van de Roemeense grammatica.
We hebben van plan om de volgende Roemeense grammatica lessen op te bouwen:

  • Substantief (zelfstandig naamwoord)
    • Roemeense substantief (zelfstandig naamwoord) geslacht
    • Roemeense substantief (zelfstandig naamwoord) getal
    • Het lidwoord


  • Het persoonlijk voornaamwoord
  • Het bezittelijk voornaamwoorden

  • Roemeense werkwoorden
    • Het presens (De onvoltooid tegenwoordige tijd – prezentul)
    • Het imperfectum (de onvoltooid verleden tijd – imperfectul)
    • Het perfectum (voltooid tegenwoordige tijd - Perfectul compus)
    • Het plusquamperfectum (voltooid verleden tijd - mai mult ca perfectul)
    • Het futurum – (De tegenwoordige toekomende tijd – Viitorul)
    • De conjunctief (aanvoegende wijs – Conjunctivul)
    • Reflexieve werkwoorden


  • Het Roemeens adjectief (bijvoeglijk naamwoord)
    • de trappen van vergelijking (in het Roemeens) bestaan uit:
    • de stellende trap of positief
    • de vergrotende trap of comparatief
    • de overtreffende trap of superlatief

Momenteel hebben we maar de vervoeging van “zijn” en “hebben” beschikbaar in de Roemeense les 1.2.1.
Vergeet ook niet al onze lessen van de “Absolute beginners” cursus die kan uw Roemeense woordenschat vergroten en verbeteren.